Exodus


IsraŽl in Egypte onderdrukt (1,1-22)
Mozesí geboorte en opvoeding (2,1-10)
Mozes en zijn volk Ė Vlucht naar Midjan (2,11-22)
Roeping van Mozes (2,23-4,17)
Mozesí terugkeer naar Egypte (4,18-31)
Mozesí eerste optreden Ė De druk verzwaard (5,1-21)
Mozes ten tweeden male gezonden (5,22-6,12)
Geslachtsregister van Ruben, Simeon en Levi (6,13-26)
Mozesí tweede optreden (6,27-7,13)
De eerste plaag: Het water in bloed veranderd (7,14-25)
De tweede plaag: Kikvorsen (8,1-15)
De derde plaag: Muggen (8,16-19)
De vierde plaag: Steekvliegen (8,20-32)
De vijfde plaag: Veepest (9,1-7)
De zesde plaag: Zweren (9,8-12)
De zevende plaag: Hagel (9,13-35)
De achtste plaag: Sprinkhanen (10,1-20)
De negende plaag: Duisternis (10,21-29)
De aankondiging van de tiende plaag (11,1-10)
De instelling van het Pascha (12,1-28)
De tiende plaag: Dood der eerstgeborenen Ė Uittocht (12,29-42)
Nadere bepalingen inzake het Pascha (12,43-51)
De wet op de eerstgeborenen (13,1-16)
De doortocht door de Schelfzee (13,17-14,31)
Het lied van Mozes aan de Schelfzee (15,1-21)
Mara en Elim (15,22-27)
Het manna Ė De sabbat (16,1-36)
Massa en Meriba (17,1-7)
Overwinning op Amalek (17,8-16)
Bezoek van Jetro (18,1-27)
De verschijning des HEREN op de Sinai (19,1-25)
De tien geboden (20,1-17)
IsraŽl vreest voor de verschijning des HEREN (20,18-21)
Voorschriften inzake de eredienst (20,22-26)
Rechten der Hebreeuwse slaven (21,1-11)
Voorschriften inzake het leven van de naaste (21,12-36)
Voorschriften inzake het eigendom van de naaste (22,1-17)
Voorschriften inzake gruwelijke zonden (22,18-20)
Voorschriften betreffende hulpbehoevenden (22,21-27)
Voorschriften inzake overheid, eerstelingen en het verscheurde (22,28-31)
Voorschriften inzake de verhouding tot de naaste (23,1-12)
Voorschriften voor de verhouding tot de HERE (23,13-33)
De verbondssluiting (24,1-18)
De heffing voor de tabernakel (25,1-9)
De ark (25,10-22)
De tafel (25,23-30)
De kandelaar (25,31-40)
De tabernakel (26,1-37)
Het brandofferaltaar (27,1-8)
De voorhof (27,9-19)
De olie voor het licht (27,20-21)
De priesterklederen (28,1-43)
De priesterwijding (29,1-37)
Het dagelijks morgen- en avondoffer (29,38-46)
Het reukofferaltaar (30,1-10)
De heffing bij de telling (30,11-16)
Het wasvat (30,17-21)
De heilige zalfolie (30,22-33)
Het heilig reukwerk (30,34-38)
Aanwijzing van BesaleŽl en Oholiab (31,1-11)
Herinnering aan het sabbatsgebod (31,12-17)
Mozes ontvangt de twee tafelen (31,18-18)
Het gouden kalf (32,1-33,11)
Mozes vraagt de heerlijkheid des HEREN te zien (33,12-23)
De twee nieuwe stenen tafelen (34,1-35)
Herinnering aan het sabbatsgebod (35,1-3)
Heffing voor de bouw en de dienst van de tabernakel (35,4-29)
Aanstelling van BesaleŽl en Oholiab (35,30-36,7)
Het maken van de tabernakel (36,8-38)
Het maken van de ark (37,1-9)
Het maken van de tafel (37,10-16)
Het maken van de kandelaar (37,17-24)
Het maken van het reukofferaltaar (37,25-28)
Het maken van de zalfolie en het reukwerk (37,29-29)
Het maken van het brandofferaltaar (38,1-7)
Het maken van het wasvat (38,8-8)
Het maken van de voorhof (38,9-20)
De kosten van de tabernakel (38,21-31)
Het maken van de priesterklederen (39,1-31)
Het werk door Mozes goedgekeurd (39,32-43)
Mozes richt de tabernakel op (40,1-38)

Exodus  1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31  32  33 34  35  36  37  38  39  40 

Bijbel index